TRAUMAZORG

MEER INZICHT IN TRAUMAZORG LEIDT TOT VERBETERING


De Landelijke Traumaregistratie (LTR) biedt inzicht in de patiëntenkenmerken, het proces en de uitkomsten van de verleende zorg. De gegevens worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en voor het optimaliseren van de traumazorg. Bureau Acute Zorg Euregio (BAZE) verzamelt de data van alle ketenpartners en stuurt de gegevens naar de LTR.

Voor Ambulance Oost verzamelt informatiemanager Johan Legebeke de data voor de traumaregistratie. Johan: “Sinds 2014 is de registratie meer gestructureerd. Voorheen moesten alle verzamelde data op CD’s worden gezet. Vervolgens werden de CD’s door iemand van BAZE opgehaald. Dat hoeft nu niet meer. We hebben tegenwoordig een data warehouse, van waaruit we vrij gemakkelijk de data digitaal naar BAZE kunnen verzenden. We moesten even wennen aan de nieuwe manier van werken, maar nu gaat het erg gemakkelijk. Nieuw is ook dat de namen en het BSN van patiënten niet meer verzonden worden. In een tijd waarin privacy een belangrijk vraagstuk is, is dat een positief punt.”

Van ongeval tot ontslag

Voor de LTR worden gegevens van de patiënt vastgelegd vanaf het tijdstip van het ongeval tot en met het ontslag uit het ziekenhuis. De ambulance registreert de doorstroomtijden, de diagnose en een aantal prehospitale interventies, zoals een intubatie. Johan: “Om een inschatting te maken van de toestand van de patiënt en te bepalen naar welk ziekenhuis deze gebracht moet worden, wordt conform het Landelijk Protocol Ambulancediensten (LPA) onder andere de Revised Trauma Score (RTS) gebruikt. Op verschillende momenten (bij aankomst bij de patiënt en in de ambulance) wordt gekeken naar de bloeddruk, de ademhalingsfrequentie en het bewustzijnsniveau. Veel gegevens zijn direct digitaal, omdat de patiënt aan een monitor gekoppeld wordt. De ambulanceverpleegkundige bepaalt of de patiënt naar een level 1 traumacentrum gaat, of in het dichtstbijzijnde level 1, 2 of 3 ziekenhuis behandeld kan worden. Of een ernstig gewonde patiënt naar het juiste level ziekenhuis is gebracht, wordt pas achteraf vastgesteld als alle diagnoses bekend zijn. Dit gebeurt op basis van de anatomische letsels gedefinieerd volgens de Abbreviated Injury Scale (AIS) . Hieruit wordt de Injury Severity Score (ISS) afgeleid. Dit is een maat voor de ernst van het trauma; een ISS groter dan 15 is een multitrauma patiënt”.

Norm

Negentig procent van de ernstig gewonden moet rechtstreeks naar een level 1 traumacentrum vervoerd worden. Dat is de landelijke norm van het Zorg Instituut Nederland. Echter, slechts één acute zorg regio voldoet aan deze norm. In onze regio ligt het percentage rond de 75 procent, landelijk ligt het percentage tussen de 43 en 92 procent. Johan licht toe: “Het is erg moeilijk om de landelijke norm te halen. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een ernstig gewonde patiënt eerst naar een level 2 ziekenhuis wordt gebracht. Soms is de toestand van de patiënt zo instabiel dat men, conform het LPA, besluit naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan, ook al is dat een level 2 ziekenhuis. Bovendien wordt de ISS pas achteraf in het ziekenhuis bepaald als alle diagnoses bekend zijn. Het kan ook zijn dat de patiënt door de ambulanceverpleegkundigen als ernstig gewond gezien wordt, maar dat achteraf niet blijkt te zijn. Dat heeft geen invloed op het aandeel ernstig gewonde patiënten dat al dan niet naar een level 1 ziekenhuis wordt gebracht, maar zorgt wel voor overtriage. Dit kan leiden tot een vermeerdering van patiënten in het traumacentrum waardoor de drukte toeneemt.”

"Het kan bijvoorbeeld zijn dat patiënten die door de ambulanceverpleegkundigen niet als ernstig gewond worden beoordeeld en naar MST gebracht worden, daar alsnog als ernstig gewond worden gezien"

Verbetering

“Er is voor de medewerkers van de ambulance geen gestructureerde terugkoppeling. Daarin is nog verbetering mogelijk: het zou mooi zijn als de ambulanceverpleegkundigen van het ziekenhuis te horen krijgen of ze voor het juiste ziekenhuis hebben gekozen. Als je goede feedback krijgt, kun je jezelf verbeteren. Er wordt op eigen initiatief wel navraag gedaan, maar er is geen structurele terugkoppeling. En dat is jammer, want de bemanning kan daar van leren. In verband met de privacy van de patiënt mag het ziekenhuis de benodigde gegevens niet verstrekken. Ik ga binnenkort met pensioen, maar ik hoop dat mijn opvolger dit thema aan de orde kan brengen. Het zou tevens goed zijn als ambulanceverpleegkundigen in de traumaregistratie kunnen aangeven of ze een patiënt als ernstig gewond of niet beoordelen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat patiënten die door de ambulanceverpleegkundigen niet als ernstig gewond worden beoordeeld en naar MST gebracht worden, daar alsnog als ernstig gewond worden gezien. Aangezien MST een level 1 ziekenhuis is, zijn deze patiënten dan toch op de goede plek – ondanks de onjuiste inschatting. Daarnaast kunnen we ook zien of de ernstig gewonde patiënten die naar een level 2 of 3 ziekenhuis vervoerd werden, ook als dusdanig beoordeeld werden, maar bijvoorbeeld instabiel waren en om die reden gekozen werd voor het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Dit geeft een completer beeld van de LTR. En met een goede traumaregistratie kunnen we uiteindelijk de traumazorg voor de patiënt verbeteren.”


Deel dit artikel

FACTS & FIGURES