INLEIDING

KETENZORG DOE
JE MET ELKAAR


De druk op de acute zorg neemt toe. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen waardoor zij vaker gebruik maken van spoedeisende hulp en ambulancediensten moeten steeds meer uitrukken voor personen met verward gedrag. Het maken van goede afspraken tussen alle ketenpartners is van groot belang om de acute zorg voor iedereen bereikbaar te houden.

Om de bereikbaarheid van de acute zorg te kunnen garanderen is het Kwaliteitskader Spoedzorgketen ontwikkeld, waarin de minimale vereisten voor de regionale organisatie van spoedzorg is beschreven. De elf regionale acute zorgnetwerken in Nederland geven zelf invulling aan het Kwaliteitskader en worden daarbij ondersteund door het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ). Arold Reusken is hoofd van het bureau LNAZ en licht toe hoe alle betrokken partijen omgaan met de toenemende druk binnen de spoedzorg. Arold: “Zowel landelijk als regionaal is intensiever overleg gevoerd tussen de ketenpartners. De besproken onderwerpen zijn breder van aard, waardoor ook meer partijen bij het overleg betrokken zijn. Zo is bijvoorbeeld de politie, Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en de gemeente onderdeel van de keten geworden, omdat we steeds vaker te maken hebben met crisissituaties rond personen met verward gedrag. De politie wil het vervoer van personen met verward gedrag steeds verder afbouwen en uiteindelijk geheel stoppen. Politiemensen zijn niet opgeleid om die mensen de juiste zorg te bieden en vaak worden personen met acute psychiatrische problematiek in een politiecel gezet, in afwachting van een psychische hulpverlening. Voor zowel de politie als de patiënt is dat een onwenselijke situatie. Personen met verward gedrag moeten daarom passend vervoer krijgen. Het is aan de regio’s om binnen de acute zorgketen met elkaar af te stemmen hoe het vervoer van deze personen georganiseerd wordt.”

Een goede doorstroom

Ketenpartners moeten zich niet alleen concentreren op de patiëntenstroom binnen hun eigen organisatie, maar zullen zich bewust moeten worden van de doorstroom binnen de gehele keten. Arold: “Bij bijvoorbeeld een groot ongeval met meerdere gewonden beslist men vanuit de meldkamer welke patiënt naar welk ziekenhuis gebracht wordt. Zo zorgt men er niet alleen voor dat ziekenhuizen niet overvol raken, maar is de patiënt ook meteen op de juiste plek. Daarmee voorkom je dat die later weer vervoerd moet worden naar een ander ziekenhuis. Het is van belang om niet alleen voor de instroom, maar ook voor de uitstroom van patiënten bij zorginstellingen meer oog te hebben. Voor een patiënt die van de spoedeisende hulp komt en vervolgbehandeling nodig heeft is op de klinische afdelingen in ziekenhuizen niet altijd plaats. De patiënt wordt dan in principe naar een ander ziekenhuis gebracht, maar soms kan een patiënt naar een andere zorginstelling, zoals een verpleeghuis. Er zijn ook situaties denkbaar waarin de vervolgbehandeling thuis kan plaatsvinden, onder supervisie van de huisarts en met ondersteuning van de thuiszorg. Het is cruciaal dat we hierover goede afspraken maken met partijen binnen én buiten de acute zorgketen, zoals bijvoorbeeld verpleeg- en verzorghuizen en thuiszorgorganisaties (VVT-sector). We kunnen de problemen niet langer verschuiven naar de volgende schakel binnen de keten, maar moeten echt met elkaar een oplossing vinden voor de groeiende druk op de spoedzorg.”

Slim organiseren

“De vraag naar spoedzorg neemt toe, maar de capaciteit is beperkt; voldoende personeel binnenhalen en behouden blijft een grote uitdaging. Ondertussen moeten we zorgen dat we met de bestaande capaciteit de acute zorg zo goed mogelijk organiseren. We hebben daarin de laatste jaren al veel stappen in de goede richting gezet, maar er blijven altijd knelpunten waarvoor we oplossingen moeten vinden. De informatie- en kennisuitwisseling tussen ketenpartners kan nog worden verbeterd: als we nog meer de dialoog opzoeken en ons eigen en elkaars handelen evalueren kunnen we veel leren van elkaar. Zo weten we of de patiënt ook daadwerkelijk op de goede plek terecht is gekomen. Want uiteindelijk draait het daar allemaal om: voor iedere patiënt de juiste zorg op de juiste plaats.”


Deel dit artikel

FACTS & FIGURES